things

Peter Campus: Three transitions

 

 

 

*****

 

 

 

 

Gevonden voorwerpen

mok

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op een koude wintermorgen loop ik naar mijn werk. Ik ben vrij vandaag, maar ik heb er gisteren mijn harde schijf laten liggen, die ik op mijn werkplek gebruik om muziek te draaien. Het is fijn om je hele collectie platen bij de hand te hebben, en vervelend als je haar moet missen, dus ik ben al vroeg op weg om ze op te halen.

De Erasmusbrug over en dan linksaf, het Vasteland op. Diep weggedoken in een dikke shawl wandel ik wat dromerig in de fletse zon. Ik probeer het groepje mensen in te schatten waarachter ik loop. Ze zijn ergens enthousiast over. Zelf ben ik dat doorgaans niet, zo op de vroege ochtend. Uit flarden van gesprekken maak ik op dat ze met een ruilspel bezig zijn.

Je hebt een voorwerp, dat ruil je tegen iets anders, wat je vervolgens weer ruilt tot je aan het eind van de dag iets onwaarschijnlijks overhoudt: een koekoeksklok, een antiek koffieblik of een paar oude ski’s. Ik noem maar wat. Het is jaren en jaren geleden dat ik aan zo’n spel meedeed. Waarom spelen zij dit? Het is een verzameling mensen die nogal willekeurig lijkt, ze zijn eerder collega’s dan vrienden.

Belangrijker: hoe ontwijk ik ze? Als ik ze inhaal merk ik: dat gaat niet lukken.

Er zijn niet veel mensen op straat, dus ze hebben alle ruimte om hun overdadig enthousiasme op mij te richten. Ze hebben een koffiemok in de aanbieding en die moet en zal me in de maag gesplitst. Het groepje staat bijna te juichen als ik een oud cassettebandje uit mijn tas tevoorschijn haal. Ik heb meer aan een mok dan aan een tape met slechte draaiorgelmuziek.

Bezorgd vragen ze nog: ben je er niet aan gehecht? Nee hoor, kan ik ze geruststellen. Het bandje is niet eens van mij, het is van mijn broertje, ik heb er niks mee. Hou maar. Is jullie dag ook weer goed. Nou doei, veel succes. Is gelijk het raadsel van het los-vaste groepje opgelost: Bouman GGZ staat er op de mok. Da’s mooi maar misschien dat ik hem dan toch niet op mijn werk laat staan, dat maakt zo’n gekke indruk.

Ik vind vaak dingen op straat. Mensen zijn slordig in wat ze laten rondslingeren en psychiatrische patiënten zijn daarop geen uitzondering. Ik raap nogal eens medicijnen op, die eindigen op “-pam”. Diazepam. Lorazepam. Oxazepam. Ik neem ze maar mee, die kleine roze pilletjes, voordat er een kind mee aan de haal gaat en er een snoepje in ziet. Het is leuk voor de heb maar je hebt er geen zak aan als niet-psychoot.

Aan de andere kant vond ik ook wel eens een kleine paarse capsule in een doordrukstrip. De opdruk was moeilijk te lezen, er waren nogal wat mensen overheen gelopen zo te zien. ‘Medikinet CR’ maakte ik ervan. Toch maar op zak gestoken en thuis wat gegoogled. Het bleek methylfenidaat met vertraagde afgifte, te gebruiken bij ADHD en narcolepsie.

Meer hoefde ik niet te weten, ik heb dan wel geen last van narcolepsie maar ik ben wel af en toe slaperig. Ik spoelde de capsule weg met een sterke bak koffie, met een flinke schep kolanoot erin, om vervolgens het huis eens een grondige schoonmaakbeurt te geven. Dat schoot lekker op voor de verandering. Daarna een paar uur wandelen (stevig de pas erin) om ‘s avonds in bed nog steeds de slaap niet te kunnen vatten.

Lang leve de onbekende slordige ADHD’er.

 

******